Translation of "Kennis" into Dutch

kennis, kennis, weten are the top translations of "Kennis" into Dutch.

Kennis
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • kennis

    noun

    Iets waar iemand weet van heeft

    Om kennis oor te dra aan andere, veral aangaande evangeliese waarhede en om hulle te lei na regverdigheid.

    Anderen kennis geven, vooral aangaande de waarheden van het evangelie, en hen tot rechtschapenheid leiden.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Kennis" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

kennis
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • kennis

    noun masculine

    Om kennis oor te dra aan andere, veral aangaande evangeliese waarhede en om hulle te lei na regverdigheid.

    Anderen kennis geven, vooral aangaande de waarheden van het evangelie, en hen tot rechtschapenheid leiden.

  • weten

    noun neuter

    Die Here het nooit, tot my kennis, aangedui dat Sy werk tot sterflikheid beperk is nie.

    Bij mijn weten heeft de Heer nooit gezegd dat dit werk zich tot het sterfelijke leven beperkt.

  • wetenschap

    noun feminine

    Baie werkgewers in Finland pas hierdie kennis toe sodat hulle personeel meer by die werk sal wees.

    Om hun werknemers aan het werk te houden, handelen veel werkgevers in Finland naar deze wetenschap.

  • Less frequent translations

    • bekende
    • verstand
    • medeweten
    • relatie
    • kennen
    • besef
    • bekendheid
    • verband
    • betrekking
    • bezinning
    • opzicht
    • omgang
    • kenvermogen
    • kunde
    • vertelling
    • vertelsel
    • bewustzijn
    • verstandhouding
    • relaas
    • verkeer
    • verhouding
    • verhaal

Phrases similar to "Kennis" with translations into Dutch

  • berichten · informeren · inlichten · verwittigen · voorlichten
  • aangenaam · aangenaam om met u kennis te maken · aangename kennismaking
Add

Translations of "Kennis" into Dutch in sentences, translation memory