Translation of "begin" into Dutch

beginnen, begin, aanvangen are the top translations of "begin" into Dutch.

begin
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • beginnen

    verb

    aanvangen

    Net toe hy wou uitgaan, het n aardbewing begin.

    Net toen hij wilde uitgaan, begon er een aardbeving.

  • begin

    noun adverb neuter

    Net toe hy wou uitgaan, het n aardbewing begin.

    Net toen hij wilde uitgaan, begon er een aardbeving.

  • aanvangen

    verb

    Dit beteken nie dat die naam in elke gesprek van die begin af gebruik moet word nie.

    Dat wil niet zeggen dat de naam bij de aanvang van ieder gesprek gebruikt moet worden.

  • Less frequent translations

    • aanvang
    • starten
    • ontstaan
    • aanbinden
    • aanbreken
    • ingaan
    • aanspreken
    • aansnijden
    • aanpakken
    • aanhaken
    • aanklampen
    • enteren
    • vasthaken
    • aankaarten
    • aanlanden
    • toetreden
    • toespreken
    • landen
    • aan komen lopen
    • aan land gaan
    • aan wal komen
    • beginnen met
    • stoten op
    • zich stoten aan
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "begin" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "begin" with translations into Dutch

Add

Translations of "begin" into Dutch in sentences, translation memory