Translation of "besit" into Dutch
bezitten, erop nahouden, rijk zijn are the top translations of "besit" into Dutch.
besit
-
bezitten
verbHoeveel eiendom besit die verhuurder?
Hoeveel eigendom bezit de verhuurder?
-
erop nahouden
-
rijk zijn
Histamien laat bloedvate uitsit en meer deurlaatbaar word, sodat vloeistowwe deursyfer wat ryk aan immuunselle is.
Histamine maakt dat bloedvaten zich verwijden en poreuzer worden zodat ze vloeistoffen lekken die rijk zijn aan immuuncellen.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "besit" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "besit" with translations into Dutch
-
accepteren · in toepassing brengen · indoen · kleden · leggen · staan · zetten
-
afdoen · afleggen · afzetten · amputeren · bergen · bewaren · blootstellen · etaleren · opbergen · uitbrengen · uitdoen · uitkrijgen · uitstallen · uittrekken · wegleggen · wegsnijden · wegzetten
-
aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aanslaan · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · doen · doorvoeren · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · inzetten · kleden · leggen · noodzaken · omkleden · ontvangen · opbrengen · opdringen · opleggen · overtrekken · plaatsen · pleisteren · staan · steken · stellen · stoppen · stukadoren · toepassen · veraccijnzen · verplichten · voordoen · zetten · zich opdringen
-
aanbrengen · aandienen · aandoen · aankondigen · aantrekken · adverteren · annonceren · binnenleiden · doen · inbedden · indoen · inleggen · inleiden · inschuiven · insteken · instoppen · invoeren · inzetten · leggen · opbrengen · opleggen · opvullen · plaatsen · schuiven · steken · stellen · stoppen · vastleggen · vullen · zetten
-
Conversie naar vorm
Add example
Add