Translation of "doen" into Dutch

doen, maken, uitvoeren are the top translations of "doen" into Dutch.

doen verb grammar
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • doen

    verb

    Onafhanklik van wat hy doen, sal hy altyd geprys word.

    Wat hij ook doet, hij zal geprezen worden.

  • maken

    verb

    Ek kan nie meer doen as'n verbanning nie

    Meer dan een verbanning kan ik hier niet van maken.

  • uitvoeren

    verb

    Duisende operasies word reeds met behulp van robotte gedoen.

    Er worden al duizenden operaties uitgevoerd met behulp van robots.

  • Less frequent translations

    • bedrijven
    • uitrichten
    • aanleggen
    • installeren
    • fitten
    • construeren
    • bouwen
    • aanmaken
    • uitbrengen
    • brengen
    • stellen
    • leggen
    • zetten
    • optreden
    • stoppen
    • steken
    • plaatsen
    • poseren
    • situeren
    • stationeren
    • zitten
    • handelen
    • werken
    • laten
    • uitwerken
    • opereren
    • fabriceren
    • ageren
    • vervaardigen
    • bezig zijn
    • effect sorteren
    • laten doen
    • te werk gaan
    • uitwerking hebben
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "doen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "doen" with translations into Dutch

  • kakken · ontlasting hebben · poepen · schijten
  • aandoen · aangrijpen · aanrichten · aanwenden · beleggen · belezen · bemiddelen · bewegen · determineren · doen besluiten · houden · nauwkeurig bepalen · ontroeren · overhalen · stichten · teweegbrengen · uitreiken · uitschrijven · vaststellen · veroorzaken · verschaffen · verstrekken · zich aanstellen
  • taak · taken
  • ambiëren · aspireren · dingen naar · hunkeren · najagen · nastreven · reikhalzen · smachten · streven naar · verlangen · zuchten · zuchten naar
  • Takenbalk
  • naaien · stikken
  • taak · taken
  • opdoen
Add

Translations of "doen" into Dutch in sentences, translation memory