Translation of "gevaar" into Dutch

gevaar, onraad, nood are the top translations of "gevaar" into Dutch.

gevaar
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • gevaar

    noun neuter

    Hulle huiwer, bewus van ’n potensiële gevaar onder die rivier se kalm oppervlak.

    Ze aarzelen even, zich bewust van mogelijk gevaar onder het kalme oppervlak van de rivier.

  • onraad

  • nood

    noun
  • perikel

    noun
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "gevaar" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "gevaar" with translations into Dutch

  • varen
  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aantrekken · aanvaarden · aanvaren · accepteren · begroeten · bekleden · bepleisteren · binnenlaten · collecteren · doorstaan · genieten · goedvinden · groeten · het eens zijn · innen · inzamelen · kleden · krijgen · lijden · omkleden · ondergaan · ontvangen · oogsten · opbrengen · opleggen · overtrekken · pleisteren · plukken · rapen · staan · stukadoren · toegeven · toelaten · toestemmen · toucheren · uitstaan · velen · verdragen · verzamelen
Add

Translations of "gevaar" into Dutch in sentences, translation memory