Translation of "heers" into Dutch
regeren, heersen, leiden are the top translations of "heers" into Dutch.
heers
-
regeren
verbMet ander woorde, hierdie Koninkryk sal wêreldwyd heers.
Dit Koninkrijk zou dus over de hele wereld regeren.
-
heersen
verbGeskiedkundiges het bewyse gevind van mededingende dinastieë wat tegelykertyd in verskillende dele van die land geheers het.
Geschiedschrijvers voeren bewijzen aan dat er in verschillende delen van het land gelijktijdig rivaliserende dynastieën heersten.
-
leiden
verbOns laat nie toe dat selfsug ons oorheers nie, maar neem eerder die belange van ander in ag.—Fil.
In plaats van ons door zelfzucht te laten leiden, houden we rekening met anderen. — Fil.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "heers" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "heers" with translations into Dutch
-
heer · heerschap · landheer · meester · meneer · mijnheer
-
heer
-
acht slaan op · aflezen · besturen · checken · controleren · de scepter zwaaien · heersen · koning zijn · letten op · nakijken · opletten · oppassen · passen op · regeren · surveilleren · toezicht houden · toezien
-
overheersen
-
Heer
-
in beheer
-
administratie · administratiegebouw · administratiekantoor · beheer · beheersen · beheren · bestuur · regelen · toediening
Add example
Add