Translation of "man" into Dutch
man, echtgenoot, heer are the top translations of "man" into Dutch.
-
man
noun masculinevolwassen mens van het mannelijke geslacht [..]
Die ou man het op die grond geval.
De oude man viel op de grond.
-
echtgenoot
noun masculineVroue smeek die hemele dat hulle mans bereik sal word.
Vrouwen bidden ernstig dat hun echtgenoot bereikt zal worden.
-
heer
noun masculineVolwassen menselijk lid van de kunne die jong begint met het bevruchten van eicellen.
Vroeg in die somer van 1949 het ’n lang, vriendelike man die Koda-gesin besoek.
In het begin van de zomer van 1949 kreeg de familie Koda bezoek van een lange, vriendelijke heer.
-
Less frequent translations
- gemaal
- mens
- gade
- Man
- mannen
- mannelijk
- kerel
- jongen
- vent
- gast
- baas
- manspersoon
- pief
- jongens
- kerels
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "man" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Man (eiland)
-
Man
properMan (eiland)
Die ou man het op die grond geval.
De oude man viel op de grond.