Translation of "nut" into Dutch
nut is the translation of "nut" into Dutch.
nut
-
nut
noun neuterHoe onredelik is dit tog om te hoop dat menseraadgewers op die oordeelsdag van enige nut sal wees!
Wat onredelijk te hopen dat menselijke raadslieden van enig nut zullen zijn op de oordeelsdag!
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "nut" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "nut" with translations into Dutch
-
aanbrengen · aandoen · aantrekken · aanwenden · aanzetten · benutten · doen · doorvoeren · gebruiken · in toepassing brengen · leggen · opbrengen · opleggen · plaatsen · profiteren · steken · stellen · stoppen · toepassen · voordoen · zetten
Add example
Add