Translation of "ophou" into Dutch
ophouden, beëindigen, afmaken are the top translations of "ophou" into Dutch.
-
ophouden
verbEn dan is daar tye wanneer Ana nie kan ophou huil nie.
En dan zijn er nog de periodes dat Ana gewoon niet kan ophouden met huilen.
-
beëindigen
verbMy verhouding met my ouers was ’n groot bekommernis, en daarom het ek haar gevra of ek moet ophou om met hulle te assosieer.
Ik maakte me grote zorgen over de relatie met mijn ouders en vroeg daarom of ik mijn omgang met hen moest beëindigen.
-
afmaken
verbEk het byna nooit geslaap nie, want as ’n mens iets begin druk het, kon jy nie ophou totdat dit klaar was nie.
Ik sliep bijna nooit, want als je eenmaal aan een drukopdracht was begonnen, moest je die in één keer afmaken.
-
Less frequent translations
- afsluiten
- besluiten
- stoppen
- voleindigen
- uitmaken
- eindigen
- wijken
- uitscheiden
- aflaten
- uitraken
- uitlopen
- aflopen
- verlopen
- uitgaan
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "ophou" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "ophou" with translations into Dutch
-
aangetrokken voelen tot · achten · achting hebben voor · achting toedragen · begroten · beminnen · graag hebben · graag lusten · graag zien · hechten aan · hoogachten · houden van · leuk vinden · liefhebben · lusten · mogen · schatten · taxeren · waarderen
-
overhouden
-
aanhouden · beuren · fokken · heffen · opfokken · ophalen · oprichten · tillen · verheffen
-
doorstaan · dulden · harden · ondersteunen · uithouden · uitstaan · verdragen
-
inhouden
-
bijhouden · houden · vasthouden
-
behouden · bergen · bewaren · bijhouden · conserveren · doorgaan · dragen · houden · onderhouden · ondersteunen · overhouden · redden · ruggesteunen · schoren · schragen · steunen · vasthouden · verder gaan met · vervolgen · voortgaan · voortzetten
-
acht slaan op · aflezen · besturen · checken · controleren · de scepter zwaaien · heersen · koning zijn · letten op · nakijken · opletten · oppassen · passen op · regeren · surveilleren · toezicht houden · toezien