Translation of "plaas" into Dutch
boerderij, bezitting, landgoed are the top translations of "plaas" into Dutch.
plaas
verb
noun
grammar
-
boerderij
noun feminineWat demonstrasies, het hy gesê, op die plaas van'n vriend.
Wat demonstraties, zei hij, op de boerderij van een vriend.
-
bezitting
noun -
landgoed
noun neuter
-
Less frequent translations
- zetten
- goed
- plaatsen
- leggen
- stellen
- doen
- stoppen
- steken
- vak
- situeren
- branche
- stationeren
- tak
- afdeling
- opleggen
- installeren
- aanbrengen
- aanleggen
- bouwen
- zitten
- maken
- aandoen
- aantrekken
- fitten
- poseren
- construeren
- aanmaken
- uitrichten
- uitbrengen
- bedrijven
- opbrengen
- uitvoeren
- houden
- gebruiken
- voordoen
- beleggen
- inzetten
- indoen
- kapitaal
- inleggen
- fonds
- vereenzelvigen
- uitschrijven
- doorvoeren
- aanwenden
- benutten
- teweegbrengen
- aanzetten
- identificeren
- toepassen
- vermogen
- in toepassing brengen
- plaats
- neerzetten
- eigendom
- eigenschap
- kwaliteit
- allooi
- hoeve
- eigendomsrecht
- plassen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "plaas" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Plaas
-
boerenbedrijf
boerderij met erf, weiland, bouwland, stallen en schuren
Add example
Add