Translation of "vang" into Dutch
vangen, pakken, grijpen are the top translations of "vang" into Dutch.
vang
-
vangen
verbMy pa het gister drie vis gevang.
Mijn vader heeft gisteren drie vissen gevangen.
-
pakken
verbHy gaan vir die priesters vertel hoe hulle Jesus kan vang.
Hij gaat de priesters vertellen hoe zij Jezus te pakken kunnen krijgen.
-
grijpen
verbDaar het die priesters probeer om Jesus te vang om hom dood te maak.
Daar hadden de priesters geprobeerd hem te grijpen om hem te doden.
-
Less frequent translations
- vastpakken
- beetkrijgen
- beetnemen
- vatten
- halen
- bemachtigen
- vastgrijpen
- teisteren
- inslaan
- aangrijpen
- confisqueren
- konfiskeren
- bemerken
- vastleggen
- vernemen
- waarnemen
- treffen
- raken
- merken
- gewaar worden
- in beslag nemen
- verbeurd verklaren
- vangst
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "vang" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "vang" with translations into Dutch
-
incasseren
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanbreken · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvang · aanvangen · begin · beginnen · beginnen met · enteren · ingaan · landen · ontstaan · starten · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · zich stoten aan
-
aflossen · de plaats innemen van · in de plaats stellen van · inboeten · inspringen · vervangen
Add example
Add