Translation of "woon" into Dutch
wonen, huizen, resideren are the top translations of "woon" into Dutch.
woon
-
wonen
verbMy ouers woon in Windhoek en ek woon in Lüderitz.
Mijn ouders wonen in Windhoek en ik woon in Lüderitz.
-
huizen
verbDie verlate land word ’n wildernis met mistroostige bouvalle wat net deur wilde diere en voëls bewoon word.
Het verlaten land wordt een wildernis met troosteloze ruïnes, waar slechts wilde dieren en vogels huizen.
-
resideren
-
Less frequent translations
- gevestigd zijn
- bewonen
- inwonen
- vertoeven
- wijlen
- verwijlen
- plakken
- verblijf houden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "woon" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add