Translation of "conduir" into Dutch
besturen, leiden, aandrijven are the top translations of "conduir" into Dutch.
conduir
verb
grammar
-
besturen
verbEl conduïa i n'hi exigia coses.
Ik zou het besturen en er dingen van verlangen.
-
leiden
verbO potser ella hagi de conduir un curs bíblic establert en presència d’un home batejat.
Of ze leidt een van tevoren afgesproken Bijbelstudie in het bijzijn van een gedoopte broeder.
-
aandrijven
verb
-
Less frequent translations
- aanduwen
- brengen
- douwen
- drijven
- dringen
- duwen
- geleiden
- opjagen
- stoten
- sturen
- voeren
- voortdrijven
- achtervolgen
- behalen
- belenden
- bereiken
- duw
- grenzen aan
- inhalen
- leiden tot
- najagen
- narennen
- reiken tot
- resulteren
- rijden
- stoot
- uitdraaien op
- uitgaan
- uitkomen
- uitlopen
- uitlopen op
- uitstappen
- uitstijgen
- uittreden
- vervolgen
- volgen
- voortkomen
- voortspruiten
- voortvloeien
- dribbelen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "conduir" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "conduir" with translations into Dutch
-
rijbewijs
Add example
Add