Translation of "afgå" into Dutch

vertrekken, opstappen, weggaan are the top translations of "afgå" into Dutch.

afgå
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • vertrekken

    verb

    Naar ergens anders gaan.

    Det sted, hvorfra et transportmiddel skal afgå eller er afgået.

    Het station waar een vervoermiddel volgens dienstregeling moet vertrekken.

  • opstappen

    verb noun

    Naar ergens anders gaan.

  • weggaan

    verb

    Naar ergens anders gaan.

  • Less frequent translations

    • zich verwijderen
    • tijgen
    • afrijden
    • losbranden
    • wegrijden
    • afvuren
    • uitvaren
    • afgaan
    • uitlopen
    • starten
    • aan de gang brengen
    • op weg gaan
    • wegreizen
    • afreizen
    • smeren
    • wegtrekken
    • heengaan
    • uitwijken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "afgå" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Add

Translations of "afgå" into Dutch in sentences, translation memory