Translation of "gav" into Dutch

gaf, gaven are the top translations of "gav" into Dutch.

gav verb
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • gaf

    verb

    Jeg gav tiggeren alle de penge jeg havde.

    Ik gaf de bedelaar al het geld dat ik had.

  • gaven

    verb noun

    Jeg gav tiggeren alle de penge jeg havde.

    Ik gaf de bedelaar al het geld dat ik had.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "gav" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "gav" with translations into Dutch

  • geef mij · geeft u mij
  • aanhouden · abdiceren · abdiqueren · achteruitgaan · achteruitlopen · afleggen · afstaan · afstand doen · afstand doen van · aftreden · in de steek laten · laten varen · opgeven · prijsgeven · terrein verliezen · terugdeinzen · teruggaan · teruglopen · toegeven · uitstellen · uitvallen · verdagen · verlaten · verlopen · verschuiven · wijken · zich onderwerpen · zwichten
  • loslaten
  • alert · waarschuwen · waarschuwing
  • betekenisvol · kloppen · zinvol
  • Melding geven bij statuswijziging
  • botvieren · opvieren · uitschieten · uitvieren · vieren
  • teruggeven
Add

Translations of "gav" into Dutch in sentences, translation memory