Translation of "gift" into Dutch

vergif, gif, getrouwd are the top translations of "gift" into Dutch.

gift adjective noun verb common w grammar
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • vergif

    noun neuter

    Een substantie die, als ingeslikt, geïnhaleerd of geabsorbeerd, of die geïnjecteerd of ontwikkeld in het lichaam, in relatief kleine hoeveelheden, verwonding, kwaad of vernietiging van organen, weefsel of leven kan veroorzaken. [..]

    Han lavede en fejl og drak gift.

    Hij vergiste zich en dronk vergif.

  • gif

    noun neuter

    Een substantie die, als ingeslikt, geïnhaleerd of geabsorbeerd, of die geïnjecteerd of ontwikkeld in het lichaam, in relatief kleine hoeveelheden, verwonding, kwaad of vernietiging van organen, weefsel of leven kan veroorzaken.

    Er Dem den slags der putte giften i sit eget krus eller i fjendens?

    Ben jij iemand die het gif in zijn eigen beker zou doen of in die van zijn vijand?

  • getrouwd

    adjective

    Jeg ville gerne gifte mig med en som hende.

    Ik zou met iemand zoals haar willen trouwen.

  • Less frequent translations

    • vergift
    • gehuwd
    • gift
    • venijn
    • zwadder
    • toxicum
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "gift" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Gift
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • vergif

    noun

    Han lavede en fejl og drak gift.

    Hij vergiste zich en dronk vergif.

Images with "gift"

Phrases similar to "gift" with translations into Dutch

  • huwen · in de echt verbinden · in het huwelijk treden · trouwen · uithuwelijken · zich in de echt verbinden
  • gehuwde persoon
  • echtpaar
Add

Translations of "gift" into Dutch in sentences, translation memory