Translation of "had" into Dutch

haat, afgunst, afkeer are the top translations of "had" into Dutch.

had noun verb neuter grammar
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • haat

    noun masculine

    diepe emotionele afkeer van iets of iemand [..]

    Tom hader lyden af sin egen stemme.

    Tom haat de klank van zijn eigen stem.

  • afgunst

    noun feminine

    Een gevoel van sterke afkeer of vijandigheid.

    Vi har EU, og det europæiske kontinent er ikke fyldt med gensidige spændinger og had.

    We hebben nu de Europese Unie en het Europese continent staat nu niet meer bol van onderlinge rivaliteit en afgunst.

  • afkeer

    noun masculine

    Een gevoel van sterke afkeer of vijandigheid.

    Hvis jeg ikke havde været blændet af mit had til Daxam havde vi fundet den rigtige skurk.

    Als mijn afkeer voor Daxam me niet had verblind, waren we nu op zoek naar de echte moordenaar.

  • Less frequent translations

    • geringschatting
    • hekel
    • minachting
    • tegenzin
    • versmading
    • vijandschap
    • wrok
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "had" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "had" with translations into Dutch

  • haten
  • haat · haten · minachten · verafschuwen · verfoeien · versmaden
  • ik haat je · ik haat jullie · ik haat u
  • Hades
  • Hades · hades
Add

Translations of "had" into Dutch in sentences, translation memory