Translation of "ja" into Dutch

ja, jawel, wel are the top translations of "ja" into Dutch.

ja noun interjection neuter grammar
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • ja

    interjection

    Een woord dat gebruikt wordt om instemming aan te geven of iets te bevestigen. [..]

    Stil kun spørgsmål som man kan besvare med ja eller nej.

    Stel alleen vragen die zijn te beantwoorden met "ja" of "nee".

  • jawel

    adverb

    Men jeg vil gerne have, at der findes en maksimaldosis, ja, det vil jeg gerne!

    Ik wil echter dat er een maximale dosering komt, jawel, dat is wat ik wil!

  • wel

    adverb

    Når du en dag siger ja til den øl, sker det måske.

    Als je ooit's wat met me gaat drinken, vertel ik dat misschien wel.

  • Less frequent translations

    • zeker
    • bevestigend
    • ook
    • toch
    • immers
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "ja" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "ja" with translations into Dutch

  • ja
  • aanbrengen · aandoen · aankleden · aannemen · aantrekken · aanvaarden · accepteren · begroeten · bekleden · bepleisteren · binnenlaten · collecteren · doorstaan · genieten · goedvinden · groeten · het eens zijn · innen · inzamelen · kleden · krijgen · lijden · omkleden · ondergaan · ontvangen · oogsten · opbrengen · opleggen · overtrekken · pleisteren · plukken · rapen · staan · stukadoren · toegeven · toelaten · toestemmen · toucheren · uitstaan · velen · verdragen · verzamelen
Add

Translations of "ja" into Dutch in sentences, translation memory