Translation of "plage" into Dutch

ergeren, verontwaardigen, plaag are the top translations of "plage" into Dutch.

plage verb noun common grammar
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • ergeren

    verb

    Aroa sagde: „Min hørelse blev stærkt skadet af eksplosionen, men det værste er de forfærdelige billeder der plager mit sind.“

    „Door de klap is mijn gehoor ernstig beschadigd,” zei Aroa, „maar de afgrijselijke beelden die door mijn hoofd blijven spoken, vind ik veel erger.”

  • verontwaardigen

    verb
  • plaag

    noun

    Forklar, at Johannes i sit syn så syv skåle, som indeholdt syv plager.

    Leg uit dat Johannes in zijn visioen zeven schalen zag met daarin de zeven plagen.

  • Less frequent translations

    • plagen
    • geselen
    • pest
    • irriteren
    • lastpost
    • lastpak
    • sarren
    • vreten
    • opvreten
    • agaceren
    • aanstoken
    • ophitsen
    • prikkelen
    • op stang jagen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "plage" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "plage" with translations into Dutch

Add

Translations of "plage" into Dutch in sentences, translation memory