Translation of "stige" into Dutch

ladder, verhogen, uitstijgen are the top translations of "stige" into Dutch.

stige verb noun common w grammar
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • ladder

    noun feminine

    Een frame, meestal draagbaar, van hout, metaal of touw, gebruikt om op te stijgen of dalen, bestaande uit twee verticale zijdelen waartussen horizontaal balken of cilindrische elementen zijn geplaatst die treden vormen.

    Hun faldt ned af stigen.

    Ze viel van de ladder.

  • verhogen

    verb

    Priserne stiger dag for dag.

    De prijzen verhogen elke dag.

  • uitstijgen

    Hvis dette mål skal nås, må den globale årsmiddeltemperatur ved jordoverfladen ikke stige med mere end 2 °C over de førindustrielle niveauer.

    Om deze doelstelling te halen mag het mondiale jaargemiddelde van de oppervlaktetemperatuur niet meer dan 2° Celsius boven het pre-industriële niveau uitstijgen.

  • Less frequent translations

    • Ladder
    • trap
    • leer
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "stige" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "stige"

Phrases similar to "stige" with translations into Dutch

  • afstappen · afstijgen · uitstappen
  • in waarde stijgen
  • aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanreiken · aansteken · afdalen · behalen · belenden · bereiken · bestijgen · besturen · brengen · doneren · doorbrengen · geduwd worden · geleiden · geven · grenzen aan · inhalen · inschakelen · klimmen · leiden · leiden tot · naar beneden gaan · naar boven gaan · opbrengen · reiken tot · resulteren · rijzen · schakelen · schenken · stijgen · toebrengen · toekennen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdrijven · verlenen · voeren · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · zich stoten · zinken
Add

Translations of "stige" into Dutch in sentences, translation memory