Translation of "tag" into Dutch

dak, overkapping, kap are the top translations of "tag" into Dutch.

tag noun verb neuter grammar
+ Add

Danish-Dutch dictionary

  • dak

    noun neuter

    onderdeel van een gebouw [..]

    Jeg så månen over taget.

    Ik zag de maan boven het dak.

  • overkapping

    Også taget, som blev dækket med jernplader, bestod af bøg.

    De overkapping werd ook van beukenhout gemaakt en overdekt met ijzeren platen.

  • kap

    noun

    At tage hætten på er den eneste måde, jeg kan redde byen på.

    Ik kan alleen met die kap op m'n stad redden.

  • Less frequent translations

    • tag
    • label
    • taggen
    • dakconstructie
    • zwieping
    • etiketteren
    • code
    • een melding geven
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "tag" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "tag"

Phrases similar to "tag" with translations into Dutch

  • Groen dak
  • een fout maken
  • aandacht besteden aan · bekommeren om
  • op vakantie gaan
  • nemen · op vakantie gaan · oppakken · pakken · vergen
  • In de kiem smoren
  • kleden · zich aankleden
  • afhalen · afnemen · afpakken · afschaffen · afsnijden · afsteken · aftellen · aftrekken · bergen · bewaren · elimineren · inhouden · korten · opbergen · opdoeken · rissen · ritsen · uitmaken · verwijderen · wegdoen · weghalen · wegleggen · wegnemen · wegzetten
Add

Translations of "tag" into Dutch in sentences, translation memory