Translation of "Grant" into Dutch

Grant, verlenen, toegeven are the top translations of "Grant" into Dutch.

Grant proper noun

An English surname and a Scottish clan name, from a nickname meaning "large". [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • Grant

    Grant (Nebraska) [..]

    Grant told me he was flying to Chicago last week.

    Grant zei dat hij afgelopen week naar Chicago was gevlogen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Grant" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

grant verb noun grammar

To give over; to make conveyance of; to give the possession or title of; to convey; -- usually in answer to petition. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verlenen

    verb

    To give over [..]

    The broadcaster granting such access shall be entitled to appropriate compensation for the technical costs incurred.

    De omroeporganisatie die deze toegang verleent heeft recht op een passende vergoeding voor de gemaakte technische kosten.

  • toegeven

    verb

    To admit as true what is not yet satisfactorily proved; to yield belief to; to allow; to yield; to concede

    Your lass has got guts, I'll grant you that.

    Uw dochter heeft lef, dat moet ik toegeven.

  • subsidie

    noun feminine

    Therefore, the grant gives an advantage to Varvaressos.

    De subsidie levert Varvaressos derhalve een voordeel op.

  • Less frequent translations

    • inwilligen
    • toelage
    • toekennen
    • beurs
    • toestaan
    • gift
    • schenking
    • bijdrage
    • afstaan
    • wijken
    • geven
    • vergunning
    • gunnen
    • schenken
    • verhoren
    • aangeven
    • toebrengen
    • opbrengen
    • opgeven
    • afstand doen van
    • verlening
    • vergunnen
    • vervullen
    • indienen
    • toestemmen
    • waarborgen
    • uitgaan
    • stipendium
    • ondersteuning
    • aanbieden
    • stemmen
    • verlopen
    • staatssubsidie
    • voorstellen
    • uitstellen
    • uitstijgen
    • tegemoetkoming
    • teruglopen
    • uitkomen
    • terugdeinzen
    • prijsgeven
    • verschuiven
    • aanbotsen
    • abdiceren
    • abdiqueren
    • uittreden
    • aandraaien
    • doneren
    • achteruitlopen
    • aanreiken
    • aansteken
    • uitstappen
    • aftreden
    • verdagen
    • teruggaan
    • offeren
    • achteruitgaan
    • rijmen
    • opofferen
    • verdrijven
    • doorbrengen
    • uitlopen
    • afleggen
    • uitvallen
    • schakelen
    • inschakelen
    • aandoen
    • aanhouden
    • presenteren
    • verlaten
    • vertonen
    • spelen
    • afstand doen
    • cadeau geven
    • geduwd worden
    • in de steek laten
    • in overeenstemming brengen
    • laten varen
    • te koop aanbieden
    • terrein verliezen
    • tot overeenstemming brengen
    • zich onderwerpen
    • zich stoten
    • grant
    • gunning
    • begiftigen
    • rijkssubsidie
    • zwichten

Phrases similar to "Grant" with translations into Dutch

Add

Translations of "Grant" into Dutch in sentences, translation memory