Translation of "Hold" into Dutch

Wachtstand, In wachtrij, vasthouden are the top translations of "Hold" into Dutch.

Hold

A button on Phone Controls that places the current phone call on hold.

+ Add

English-Dutch dictionary

  • Wachtstand

    A button on Phone Controls that places the current phone call on hold.

  • In wachtrij

    A button on Phone Controls that places the current phone call on hold.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Hold" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

hold adjective verb noun grammar

(transitive) To grasp or grip. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • vasthouden

    verb

    to detain [..]

    Your hand looks heavy. Let me hold it for you.

    Jouw hand ziet er zwaar uit. Laat me ze even voor je vasthouden.

  • houden

    verb

    to grasp

    At the meeting he said a lot, but his argument did not hold water.

    Tijdens de vergadering sprak hij veel, maar zijn argument hield geen water.

  • ruim

    noun neuter

    cargo area [..]

    As I said, it was cargo hold number nine.

    Zoals ik al zei, het was ruim nummer negen.

  • Less frequent translations

    • scheepsruim
    • bijhouden
    • bevatten
    • aanhouden
    • tegenhouden
    • macht
    • bekleden
    • ophouden
    • inhouden
    • beleggen
    • beheren
    • vat
    • vastpakken
    • houvast
    • bezetten
    • uitschrijven
    • aandoen
    • steun
    • teweegbrengen
    • stichten
    • greep
    • aanrichten
    • veroorzaken
    • vastgrijpen
    • dragen
    • achterhouden
    • doorgaan
    • stilhouden
    • plaatsen
    • invloed
    • leggen
    • terughouden
    • uitreiken
    • overheersen
    • bewonen
    • onderhouden
    • situeren
    • verstrekken
    • verdragen
    • identificeren
    • behelzen
    • beslaan
    • verschaffen
    • vereenzelvigen
    • bemiddelen
    • fermate
    • pauzeteken
    • inwonen
    • wachten
    • stationeren
    • domineren
    • behouden
    • vervatten
    • bezig houden
    • in beslag nemen
    • in dienst hebben
    • op na houden
    • uitoefenen
    • bergen
    • reserveren
    • beethouden
    • bespreken
    • beethebben
    • boeien
    • ruimte
    • sheepsruim
    • boeken
    • beoefenen
    • gevangen houden
    • in de wachtrij plaatsen

Images with "Hold"

Phrases similar to "Hold" with translations into Dutch

Add

Translations of "Hold" into Dutch in sentences, translation memory