Translation of "abrogative" into Dutch

afgeschaft, geannuleerd are the top translations of "abrogative" into Dutch.

abrogative adjective grammar

Tending or designed to abrogate. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • afgeschaft

    participle

    Our obedience is voluntary, but our refusal to pay does not abrogate or repeal the law.

    Onze gehoorzaamheid is vrijwillig, maar de wet wordt niet opgeheven of afgeschaft omdat wij weigeren die te gehoorzamen.

  • geannuleerd

    participle

    The abrogation of coordination process shall ensure association with the previous notification or coordination process that is being cancelled.

    Het proces voor de beëindiging van de coördinatie moet aansluiten bij het voorafgaande aanmeldings- of coördinatieproces dat wordt geannuleerd.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abrogative" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "abrogative" with translations into Dutch

  • afgelasten · afschaffen · annuleren · ontbinden · opheffen · tenietdoen · terugnemen
  • afschafbaar · intrekbaar · ophefbaar
  • afschaffer · opheffer
  • abrogatie · afschaffing · annulering · eliminatie · herroeping · intrekking · nietig verklaring · ongeldigverklaring · ontbinding · opheffing · ruiming · vernietiging · verwijdering
  • abrogeren · afgelasten · afschaffen · afwikkelen · annuleren · doorhalen · doorstrepen · een streep halen door · elimineren · herroepen · intrekken · liquideren · nietig verklaren · ontbinden · opdoeken · opheffen · schrappen · solveren · teniet doen · tenietdoen · terugnemen · uitmaken · uitroeien · verdelgen · verwijderen · wegdoen
  • abrogeren · afgelasten · afschaffen · afwikkelen · annuleren · doorhalen · doorstrepen · een streep halen door · elimineren · herroepen · intrekken · liquideren · nietig verklaren · ontbinden · opdoeken · opheffen · schrappen · solveren · teniet doen · tenietdoen · terugnemen · uitmaken · uitroeien · verdelgen · verwijderen · wegdoen
  • abrogeren · afgelasten · afschaffen · afwikkelen · annuleren · doorhalen · doorstrepen · een streep halen door · elimineren · herroepen · intrekken · liquideren · nietig verklaren · ontbinden · opdoeken · opheffen · schrappen · solveren · teniet doen · tenietdoen · terugnemen · uitmaken · uitroeien · verdelgen · verwijderen · wegdoen
Add

Translations of "abrogative" into Dutch in sentences, translation memory