Translation of "abut" into Dutch
grenzen, belenden, grenzen aan are the top translations of "abut" into Dutch.
abut
verb
grammar
(intransitive) To touch by means of a mutual border, edge or end; to border on; to lie adjacent; to project; to terminate; to be contiguous; to meet. [..]
-
grenzen
verbto border on
C. whereas this region contains a number of potential trouble spots, and also abuts on politically unstable areas,
C. overwegende dat deze regio crisishaarden omvat en ook aan politiek instabiele gebieden grenst,
-
belenden
-
grenzen aan
My small rectory abuts her estate,
Mijn kleine pastorie grenst aan haar landgoed Rosings Park.
-
Less frequent translations
- uitlopen
- leiden
- uitkomen
- beroeren
- toucheren
- uitstappen
- uittreden
- aanboren
- aanraken
- standhouden
- uitstijgen
- voortspruiten
- weerstaan
- inhalen
- besturen
- voortkomen
- behalen
- resulteren
- aankomen
- voortvloeien
- raken
- geleiden
- uitgaan
- bereiken
- volgen
- voeren
- brengen
- bezwaar hebben tegen
- het hoofd bieden
- leiden tot
- reiken tot
- uitdraaien op
- uitlopen op
- zich verzetten
- aangrenzen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "abut" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "abut" with translations into Dutch
-
steunmuur
-
beer · landhoofd · schoor · steunbeer · steunmuur · steunpilaar · versterkingsbalk
Add example
Add