Translation of "affair" into Dutch
zaak, aangelegenheid, affaire are the top translations of "affair" into Dutch.
affair
noun
grammar
That which is done or is to be done; matter; concern; business of any kind, commercial, professional, or public; — often in the plural. [..]
-
zaak
noun masculineZaken; firma(s). [..]
He was accused of having lied about the affair.
Hij werd beschuldigd van liegen over die zaak.
-
aangelegenheid
nounOther nations also suffered because of religion’s meddling in secular affairs.
Ook andere natiën hebben eronder geleden dat religie zich in wereldlijke aangelegenheden mengde.
-
affaire
nounEen liefdesaffaire. [..]
For the past year, Sami has been having an affair.
Sinds een jaar, heeft Sami een affaire.
-
Less frequent translations
- ding
- kwestie
- geval
- verhouding
- relatie
- onderwerp
- mikpunt
- object
- voorwerp
- bedoening
- buitenechtelijke relatie
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "affair" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "affair" with translations into Dutch
-
Lijst van Israëlische ministers van Buitenlandse Zaken
-
dioxinecrisis
-
Tampico-incident
-
openbare aangelegenheden · publieke zaken
-
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
-
Ministerie van Economische Zaken
-
verhoudingen · zaak · zaken
-
Magic Affair
Add example
Add