Translation of "affordable" into Dutch

betaalbaar, billijk, schappelijk are the top translations of "affordable" into Dutch.

affordable adjective grammar

something that can be afforded. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • betaalbaar

    adjective

    niet te duur om te betalen [..]

    My partner and i are trying to transition some of the homeless vets out here into affordable housing.

    Mijn partner en ik proberen dakloze veteranen in betaalbare woningen te krijgen.

  • billijk

    Met een prijs, die men met zijn financiële middelen kan betalen.

    Nor is the Member State affording the individual an advantage not permitted under Community law.

    Het gaat evenmin erom dat de lidstaat aan een individu een voordeel verschaft dat door het gemeenschapsrecht niet wordt gebillijkt.

  • schappelijk

    adjective

    Met een prijs, die men met zijn financiële middelen kan betalen.

    Higher incomes from agriculture also make the provision and use of social services in rural areas sustainable and affordable.

    Een hoger inkomen uit landbouw maakt ook dat in plattelandsgebieden sociale diensten op duurzame wijze en tegen een schappelijke prijs kunnen worden verleend en gebruikt.

  • voordelig

    adjective

    Met een prijs, die men met zijn financiële middelen kan betalen.

    Finally, particular attention will be put on finding affordable solutions.

    Ten slotte zal speciale aandacht worden besteed aan het zoeken naar voordelige oplossingen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "affordable" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "affordable" with translations into Dutch

  • aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aanreiken · aansteken · afwerpen · doneren · doorbrengen · gedogen · geduwd worden · geven · inschakelen · opbrengen · opleveren · schakelen · schenken · toebrengen · toekennen · toelaten · toestaan · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdrijven · vergunnen · verlenen · veroorloven · verschaffen · voortbrengen · zich stoten · zich veroorloven
  • opbrengen · permitteren · toestaan · veroorloven · zich permitteren
Add

Translations of "affordable" into Dutch in sentences, translation memory