Translation of "ail" into Dutch
mankeren, schelen, sukkelen are the top translations of "ail" into Dutch.
ail
adjective
verb
noun
grammar
An ailment; trouble; illness. [..]
-
mankeren
verbto cause to suffer
Usually people can't talk enough about what's ailing them.
Normaal praten mensen aldoor over wat ze mankeren.
-
schelen
verbto cause to suffer
Has cried all day but I cannot see what ails him.”
Hij heeft de hele dag gehuild, maar ik weet niet wat eraan scheelt.’
-
sukkelen
verbto be ill
-
Less frequent translations
- lijden
- ondergaan
- velen
- schorten
- uitstaan
- doorstaan
- verdragen
- accepteren
- ontvangen
- aannemen
- iets mankeren
- ziek zijn
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "ail" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "ail" with translations into Dutch
-
gemeen · immoreel · naar · noodlijdend · ongezond · onzedelijk · sukkelachtig · sukkelend · zedeloos · zedenkwetsend · ziek · ziekelijk
Add example
Add