Translation of "alight" into Dutch
uitstappen, uitstijgen, uitgaan are the top translations of "alight" into Dutch.
alight
adjective
Verb
verb
grammar
(intransitive, with from) To spring down, get down, or descend, as from on horseback or from a carriage; to dismount. [..]
-
uitstappen
verbHet afstappen van of uit een voertuig. [..]
— passenger boarding and alighting from trains stopped in stations.
— de reizigers te laten in- en uitstappen in treinen die in spoorwegstations stoppen.
-
uitstijgen
get out of a car
-
uitgaan
verbget out of a car
-
Less frequent translations
- neerstrijken
- landen
- uitlopen
- uitkomen
- afdalen
- uittreden
- dalen
- bestijgen
- zinken
- klimmen
- rijzen
- stijgen
- naar beneden gaan
- naar boven gaan
- aansteken
- afstijgen
- verdrijven
- leiden
- aangeven
- schenken
- inschakelen
- volgen
- geleiden
- inhalen
- besturen
- aanbotsen
- aandraaien
- belenden
- doneren
- voortspruiten
- schitterend
- doorbrengen
- aanreiken
- toebrengen
- aandoen
- opbrengen
- voortkomen
- schakelen
- behalen
- resulteren
- toekennen
- voortvloeien
- bereiken
- geven
- verlenen
- voeren
- brengen
- geduwd worden
- grenzen aan
- leiden tot
- reiken tot
- uitdraaien op
- uitlopen op
- zich stoten
- brandend
- verlicht
- vallen
- stralend
- afstappen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "alight" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add