Translation of "arrived" into Dutch
aangekomen, beland, Aangekomen are the top translations of "arrived" into Dutch.
Simple past tense and past participle of arrive. [..]
-
aangekomen
participleTom arrived a day sooner than we expected.
Tom is een dag eerder aangekomen dan we hadden verwacht.
-
beland
participleAnd there's us thinking that's where we've arrived, eh, girls?
En dat is wat wij denken dat we beland zijn, nietwaar meiden?
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "arrived" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
A "scheduled" service activity status that denotes the customer has arrived at the location of the service activity, but that the resource has not begun the service activity.
-
Aangekomen
A "scheduled" service activity status that denotes the customer has arrived at the location of the service activity, but that the resource has not begun the service activity.
Arriving at the airport, I called her up.
Toen ik aankwam op het vliegveld belde ik haar.
Phrases similar to "arrived" with translations into Dutch
-
Dead on arrival
-
Arrival
-
aanvoer · bevoorrading · bezorging · leverantie · levering · proviandering · provisie · ravitaillering · toevoer · voedselvoorziening · voorraad
-
aankomen · arriveren
-
aankomen · arriveren · geraken
-
The Arrival
-
aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · arriveren · behalen · belanden · bereiken · binnenlopen · doorkomen · gebeuren · gemaakt · geraken · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · voorkomen · voorvallen
-
behalen · belenden · bereiken · besturen · brengen · doorkomen · geleiden · grenzen aan · halen · inhalen · inslaan · klaarspelen · leiden · leiden tot · raken · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdienen · voeren · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · winnen