Translation of "assemble" into Dutch
samenkomen, in elkaar zetten, bijeenkomen are the top translations of "assemble" into Dutch.
(transitive) To put together. [..]
-
samenkomen
verbto gather as a group [..]
I travelled to a white zone, where victims of electro-sensitivity syndrome had assembled.
Ik ga naar een van die witte zones waar slachtoffers van elektrohypersensibiliteit samenkomen.
-
in elkaar zetten
verbto put together [..]
If this works, will you be in charge of assembling the new units?
Als dit lukt, wil je dan de nieuwe Units in elkaar zetten?
-
bijeenkomen
verbBij elkaar komen, meestal voor een doel.
And it may also consist of assembling to an appointed place or land of worship.
En zij kan ook bestaan uit bijeenkomen op een aangewezen plek of land van aanbidding.
-
Less frequent translations
- verzamelen
- zich verzamelen
- vergaderen
- assembleren
- samenstellen
- monteren
- zetten
- groeperen
- inzamelen
- verbinden
- aansluiten
- rapen
- innen
- collecteren
- ophopen
- plukken
- oogsten
- samenvoegen
- bijeenbrengen
- samenbrengen
- verenigen
- ineenzetten
- samenbinden
- stapelen
- bijeenvoegen
- meenemen
- aaneenvoegen
- bijeenbinden
- medenemen
- opeenhopen
- opeenstapelen
- opstapelen
- medebrengen
- afhalen
- tassen
- meebrengen
- koppelen
- aannemen
- ontvangen
- instellen
- toevoegen
- bijdoen
- aaneenschakelen
- bijmengen
- verstellen
- bijvoegen
- afstellen
- toegeven
- accepteren
- passend maken
- gebouwd
- beleggen
- samenroepen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "assemble" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "assemble"
Phrases similar to "assemble" with translations into Dutch
-
elektronica
-
assemblybestand
-
Assemblee voor Noord-Ierland
-
aula · montagehal
-
lopende band · transportband
-
Some Assembly Required
-
Belvidere Assembly
-
Global Assembly Cache