Translation of "assign" into Dutch
toewijzen, dagen, dagvaarden are the top translations of "assign" into Dutch.
assign
verb
noun
grammar
(transitive) To designate or set apart something for some purpose. [..]
-
toewijzen
verbto allot or give something as a task [..]
The same authority shall not assign the same number to another production unit covered by this Regulation.
Een en dezelfde instantie kan dit nummer niet meer toewijzen aan een ander onder dit reglement vallend productiebedrijf.
-
dagen
verb nounShe prayed each time that she would be assigned to my husband’s bedside.
Elke dag had ze gebeden of ze mijn man mocht verplegen.
-
dagvaarden
-
Less frequent translations
- betekenen
- aanwijzen
- afstaan
- toegeven
- wijken
- toekennen
- overdragen
- toeschrijven
- opgeven
- aanzetten
- voordoen
- afstand doen van
- als taak opgeven
- voor het gerecht dagen
- opdragen
- bestemmen
- toebedelen
- belasten
- stellen
- bepalen
- vaststellen
- gebruiken
- plaatsen
- opleggen
- zetten
- uittrekken
- doen
- toedichten
- afleggen
- aanbrengen
- aangeven
- aantrekken
- toepassen
- aftreden
- verlaten
- verdagen
- aanwenden
- opbrengen
- doorvoeren
- benutten
- teruggaan
- verschuiven
- abdiceren
- abdiqueren
- achteruitlopen
- terugdeinzen
- uitstellen
- achteruitgaan
- teruglopen
- prijsgeven
- laden
- aandoen
- uitvallen
- steken
- stoppen
- verlopen
- aanhouden
- leggen
- afstand doen
- belasten met
- in de steek laten
- in toepassing brengen
- laten varen
- opdracht geven
- terrein verliezen
- zich onderwerpen
- aanduiden
- zwichten
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "assign" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "assign" with translations into Dutch
-
Special Assignment
-
nummeren
-
antichresis · verpanding van het vruchtgebruik
-
toewijzingsinstructie
-
Geslachtsvaststelling
-
toewijzingsactie
-
toewijzingen publiceren
-
toebedeeld · toegekend
Add example
Add