Translation of "attend" into Dutch

bijwonen, aanwezig zijn, volgen are the top translations of "attend" into Dutch.

attend verb grammar

(archaic, transitive) To listen to (something or someone). [from 15th c.] [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • bijwonen

    verb

    to be present at [..]

    She cannot attend school on account of illness.

    Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.

  • aanwezig zijn

    verb

    to be present at [..]

    That is the difference between attending and belonging.

    Dat is het verschil tussen aanwezig zijn en erbij horen.

  • volgen

    verb

    to be present at

    Tom didn't attend class last week.

    Tom volgde geen les vorige week.

  • Less frequent translations

    • verzorgen
    • verplegen
    • zorgen voor
    • bezoeken
    • behandelen
    • opzoeken
    • afgaan
    • aanwezig zijn bij
    • vergezellen
    • behartigen
    • begeleiden
    • bedienen
    • opmerken
    • verkeren
    • cureren
    • oppassen
    • over de vloer komen
    • opletten
    • genezen
    • escorteren
    • helen
    • aandacht besteden aan
    • bekommeren om
    • gezond maken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "attend" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "attend" with translations into Dutch

  • attendantconsole
  • aanwezigheid · afdeling · ambt · baan · bediening · behandeling · bestel · bestuur · betrekking · bewind · bezoek · bijzijn · dienst · eetservies · gedrag · geleding · heerschappij · houding · leiding · magazijn · manieren · onderhoud · opkomst · plaats · presentie · provisiekamer · provisiekast · publiek · regering · rondleiding · sectie · servies · tegenwoordigheid · verpleging · verzorging · voorraadkamer · werkkring
  • genezen · gezond maken · helen
  • bijgewoond · meegemaakt
Add

Translations of "attend" into Dutch in sentences, translation memory