Translation of "back" into Dutch

rug, achterkant, terug are the top translations of "back" into Dutch.

back adjective verb noun adverb grammar

The side of a blade opposite the side used for cutting. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • rug

    noun masculine

    the edge of a book which is bound [..]

    Never speak ill of others behind their backs.

    Spreek geen kwaad van anderen achter hun rug om.

  • achterkant

    noun masculine

    the part of something that goes last [..]

    Tom wrote something on the back of the letter.

    Tom schreef iets op de achterkant van de brief.

  • terug

    adverb

    to or in a previous condition or place [..]

    I can't talk to Tom until he gets back.

    Tot hij terug is, kan ik niet met Tom praten.

  • Less frequent translations

    • achter
    • achterzijde
    • steunen
    • verdediger
    • achterhoedespeler
    • achteraf
    • ommezijde
    • rugleuning
    • rugstuk
    • tegen
    • oud
    • dekken
    • achterstallig
    • rugzijde
    • overtrekken
    • achteruit
    • ondersteunen
    • geleden
    • bekleden
    • achtereind
    • weerom
    • bedekken
    • coveren
    • teruggaan
    • toedekken
    • beleggen
    • schragen
    • beschermen
    • bewaren
    • achteruitrijden
    • dragen
    • stutten
    • ruggesteunen
    • beveiligen
    • behoeden
    • vrijwaren
    • achterin
    • schoren
    • steun
    • onbetaald
    • staan
    • achterwaarts
    • keerzijde
    • uitvoeren
    • kont
    • in veiligheid brengen
    • veilig stellen
    • drager
    • achterst
    • aantrekken
    • achter-
    • doorgaan
    • oude
    • dak
    • kap
    • sponsoren
    • vervolgen
    • aandoen
    • beloven
    • aannemen
    • bewaken
    • achterspeler
    • bergen
    • accepteren
    • leuning
    • hoeden
    • omkleden
    • voortzetten
    • dossier
    • voortgaan
    • opbrengen
    • betuigen
    • aankleden
    • behangen
    • toezeggen
    • kleden
    • map
    • stut
    • uitloven
    • ordner
    • assureren
    • bepleisteren
    • beschutten
    • overkapping
    • pleisteren
    • verzeggen
    • stukadoren
    • conserveren
    • overhouden
    • bestand
    • ontvangen
    • voltrekken
    • nakomen
    • onderhouden
    • behouden
    • achteruitgaan
    • aanbrengen
    • opleggen
    • verzekeren
    • garanderen
    • vervullen
    • terecht
    • achterhaald
    • achteruit gaan
    • achteruit rijden
    • borg staan voor
    • de wacht hebben
    • gastvrijheid verlenen aan
    • naleven
    • onder dak brengen
    • onderdak bieden
    • verder gaan met
    • verrichten
    • waarborgen
    • waken over
    • ruggensteunen
    • achteruitwijken
    • Rückraumspieler
    • verdekken
    • adopteren
    • overdekken
    • aan iemands kant staan
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "back" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Back

A navigation button used to return to recently visited Web pages in Internet Explorer.

+ Add

English-Dutch dictionary

  • Terug

    A navigation button used to return to recently visited Web pages in Internet Explorer.

    I can't talk to Tom until he gets back.

    Tot hij terug is, kan ik niet met Tom praten.

Images with "back"

Phrases similar to "back" with translations into Dutch

Add

Translations of "back" into Dutch in sentences, translation memory