Translation of "bearing" into Dutch

lager, peiling, optreden are the top translations of "bearing" into Dutch.

bearing adjective noun verb grammar

Present participle of bear. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • lager

    noun neuter

    mechanical device [..]

    Active magnetic bearings specially designed or prepared for use with gas centrifuges.

    Actieve magnetische lagers speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik met gascentrifuges.

  • peiling

    noun

    nautical sense

    You're sure you entered relative bearing, not true?

    Weet u zeker dat de peiling relatief was?

  • optreden

    noun

    The Member States benefiting from the programme shall bear 40% of the cost of the measure in question.

    De lidstaten die aan het programma deelnemen, nemen 40% van de kosten van het optreden voor hun rekening.

  • Less frequent translations

    • richting
    • houding
    • drager
    • wijze
    • manier
    • azimut
    • drachtig
    • trant
    • dragen
    • voorkomen
    • gedrag
    • stand
    • air
    • uiterlijk
    • Koers (richting)
    • manieren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "bearing" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "bearing"

Phrases similar to "bearing" with translations into Dutch

  • Brilbeer · brilbeer
  • Beren · aanhouden · aannemen · accepteren · afleggen · afwerpen · baissier · baren · bear · beer · bekleden · beoefenen · beren · berin · bevallen · bevatten · dalend · dalende · doorstaan · dragen · gedogen · gelegen · gelegen zijn · harden · het leven schenken · inhouden · lijden · met · monster · naar buiten brengen · ondergaan · ondersteunen · ontvangen · opbrengen · opleveren · speculant · teweegbrengen · torsen · uitgerust · uitgerust zijn met · uithouden · uitoefenen · uitstaan · velen · verdragen · verduren · voortbrengen · werpen · zijn
  • Gummiberen
  • Albrecht de Beer
Add

Translations of "bearing" into Dutch in sentences, translation memory