Translation of "bickering" into Dutch

gekrakeel, geharrewar, gekibbel are the top translations of "bickering" into Dutch.

bickering noun verb grammar

Petty quarreling. Usually considered a childish behaviour, although often applied to adults. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • gekrakeel

    verb neuter

    Onbeduidend ruzieën. [..]

    We need to move away from industrial relations that are built on conflict and bickering and towards solutions from which everyone can benefit.

    De arbeidsverhoudingen die gebouwd zijn op gekrakeel en geruzie moeten we vaarwel zeggen en we moeten oplossingen zien te vinden waar iedereen profijt van heeft.

  • geharrewar

    neuter

    What reproach all this fragmentation, petty posturing and bickering bring on the name “Christian”!

    Wat een smaad brengen al deze verbrokkeling, dit kleinzielig streven naar een positie en dit geharrewar op de naam „christen”!

  • gekibbel

    Onbeduidend ruzieën.

    I hope this bickering isn't going to continue all weekend.

    Ik hoop dat dit gekibbel niet het hele weekend gaat duren.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "bickering" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "bickering" with translations into Dutch

  • bekvechten · dispuut · gekibbel · geruzie · harrewarren · kibbelen · kibbelpartij · kibelen · kiften · onenigheid · rusiemaken · ruziën · twist · twisten
  • kibbelen · ruziën
  • Andries Bicker
  • bekvechten · dispuut · gekibbel · geruzie · harrewarren · kibbelen · kibbelpartij · kibelen · kiften · onenigheid · rusiemaken · ruziën · twist · twisten
Add

Translations of "bickering" into Dutch in sentences, translation memory