Translation of "blushing" into Dutch
rood, blozend, bedeesd are the top translations of "blushing" into Dutch.
blushing
adjective
noun
verb
grammar
Present participle of blush. [..]
-
rood
adjectiveHe blushed with shame.
Hij werd rood van schaamte.
-
blozend
adjectiveHaving heard his love confession, the girl blushed.
Bij het horen van zijn liefdesverklaring begon het meisje te blozen.
-
bedeesd
adjective
-
Less frequent translations
- Blozen
- blozen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "blushing" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "blushing" with translations into Dutch
-
Our Blushing Brides
-
blos · blozen · kleur · kleuren · rood worden · rouge · schaamrood · zich schamen
-
verlegen
-
week veenmos
-
blijkbaar · kennelijk · klaarblijkelijk · manifest · ogenschijnlijk · op het eerste gezicht · schijnbaar
-
blozen · kleuren · rood worden
-
blos · blozen · kleur · kleuren · rood worden · rouge · schaamrood · zich schamen
Add example
Add