Translation of "brooding" into Dutch
broeden, dreigend are the top translations of "brooding" into Dutch.
brooding
adjective
noun
verb
grammar
Present participle of brood. [..]
-
broeden
nounTo incubate eggs or cover the young for warmth. (Source: MGH)
The hen has been brooding its eggs for a week.
De broedhen heeft een week op de eieren zitten broeden.
-
dreigend
adjectiveAnd I can go back to sulking and Elena-longing and forehead brooding.
En ik kan weer gaan prullen en naar Elena verlangen, en een dreigend voorhoofd trekken.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "brooding" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "brooding"
Phrases similar to "brooding" with translations into Dutch
-
fokmerrie
-
nadenken
-
behoeden · broeden · broeden op · broedsel · geboefte · gebroed · gespuis · koesteren · kroost · legsel · maagschap · nadenken · nageslacht · nest · piekeren · ras · sibbe · uitbroeden
-
Ruud Brood
-
broedparasitisme
-
broeden · piekeren
-
Herman Brood
-
Brood
Add example
Add