Translation of "build" into Dutch
bouwen, opbouwen, aanleggen are the top translations of "build" into Dutch.
The physique of a human body; constitution or structure of a human body. [..]
-
bouwen
verb neuter(transitive) to form by combining materials or parts [..]
His plan is to build a bridge over that river.
Zijn plan is, een brug over die rivier te bouwen.
-
opbouwen
verb(transitive) to increase or strengthen by adding gradually to [..]
You're not gonna blow the cover you spent years building, are you?
Je zou je dekmantel niet zomaar prijsgeven, die in jaren hebt opgebouwd, wel dan?
-
aanleggen
verbAs a young man I worked with a contractor building footings and foundations for new houses.
Als jongeman werkte ik bij een aannemer die funderingen en vloeren voor nieuwe huizen aanlegde.
-
Less frequent translations
- maken
- construeren
- metselen
- bouw
- timmeren
- lichaamsbouw
- aanmaken
- installeren
- stichten
- vorm
- doen
- bedrijven
- fitten
- uitrichten
- uitbrengen
- uitvoeren
- samenstellen
- bijeenvoegen
- ineenzetten
- bebouwen
- vormen
- aanbouwen
- samenbrengen
- bijeenbrengen
- verenigen
- toevoegen
- vergaderen
- gedaante
- verbinden
- meenemen
- toegeven
- afhalen
- samenbinden
- aaneenvoegen
- bijdoen
- bijeenbinden
- medenemen
- bijmengen
- aaneenschakelen
- verstellen
- bijvoegen
- afstellen
- medebrengen
- meebrengen
- instellen
- passend maken
- creëren
- build
- scheppen
- vervaardigen
- fabriceren
- funderen
- produceren
- voortbrengen
- subversie
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "build" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "build"
Phrases similar to "build" with translations into Dutch
-
bedehuis · kerk · kerkgebouw
-
Woolworth Building
-
bodybuilding
-
flatgebouw · hoogbouw · wolkenkrabber
-
baksteen · blok · bouwsteen
-
architect
-
machinebouw