Translation of "burning" into Dutch

brandend, verbranding, vurig are the top translations of "burning" into Dutch.

burning adjective noun verb grammar

Present participle of burn. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • brandend

    adjective

    What's the difference between a violin and a piano? A piano burns longer.

    Wat is het verschil tussen een viool en een piano? Een piano brandt langer.

  • verbranding

    noun feminine

    Oh, we're not doing the burning in this episode.

    We doen de verbranding niet in deze aflevering.

  • vurig

    adjective

    It is no longer burning truck that is facing you.

    U zit niet meer voor de vurige chauffeur uit het bos.

  • Less frequent translations

    • bijtend
    • corrosief
    • agressief
    • branderig
    • gloeiend
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "burning" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "burning" with translations into Dutch

  • bewieroken
  • aan zijn · aanbranden · aanflitsen · aanfloepen · aangaan · aansteken · afbranden · barnen · beek · beledigen · blaken · brandblaar · branden · branderigheid · brandgat · brandwond · brandwonde · consumeren · doden · fikken · flamberen · gloeien · in brand staan · in de steek laten · inbijten · kwetsen · laten · liggen hebben · ontbranden · opbranden · pijn · schroeien · sloot · steken · stroom · stroompje · uitbranden · verbranden · verbranding · verliezen · verraden · verschroeiing · verteren · vlammen · zengen
  • Heaven Shall Burn
  • op de brandstapel gedood
  • Aiden Burn
Add

Translations of "burning" into Dutch in sentences, translation memory