Translation of "butchers" into Dutch
slagers is the translation of "butchers" into Dutch.
butchers
verb
noun
Plural form of butcher. [..]
-
slagers
nounAnd whenever I'd go to the local butcher to purchase some halal meat, something felt off.
Altijd als ik naar de slager ging om halal vlees te kopen, klopte er iets niet.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "butchers" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "butchers" with translations into Dutch
-
afslachten · slachten
-
Slagerij · slagerij
-
kerngezond · zo gezond als een vis
-
slagersblok
-
The Butcher Boy
-
Butchered at Birth
-
slagersmes
-
afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · beenhouwer · bevangen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doder · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slachter · slager · slagerij · slopen · terneerdrukken · uitgraven · uitputten · vellen · verknoeien · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · vleeshouwer · winnen · wippen · zegevieren
Add example
Add