Translation of "catching" into Dutch
besmettelijk, aanstekelijk, verpestend are the top translations of "catching" into Dutch.
catching
adjective
noun
verb
grammar
Present participle of catch. [..]
-
besmettelijk
adjectiveEen ziekte hebben die gemakkelijk aan anderen overdraagbaar is.
Now it's got something catching, it's got to go, that's it.
Nu hij iets besmettelijks heeft, moet hij eraan.
-
aanstekelijk
adjectiveEen ziekte hebben die gemakkelijk aan anderen overdraagbaar is.
I got a theory that sudden death is catching.
Ik heb een theorie dat plotselinge dood aanstekelijk is.
-
verpestend
adjectiveI know it wasn't just to ruin the evening catch.
Vast en zeker niet om de vangst van vanavond te verpesten.
-
Less frequent translations
- pakkend
- aantrekkelijk
- verlokkelijk
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "catching" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "catching" with translations into Dutch
-
ontspoorinrichting
-
Catch Me If You Can
-
aanflitsen · aanfloepen · aangaan · aangrijpen · aannemen · aansteken · aanzetten · accepteren · beethebben · beetkrijgen · beetnemen · begrijpen · behalen · bemachtigen · bemerken · bereiken · beseffen · betrappen · bevatten · buit · catch · confisqueren · crux · doorkomen · genieten · gevangenneming · gewaar worden · greep · grijpen · haak · haken · halen · houwen · in beslag nemen · inhalen · inslaan · klaarspelen · klappen · kloppen · konfiskeren · krijgen · meppen · merken · nemen · ontbranden · ontvangen · oplopen · opvallen · opvangen · pakken · pal · raken · reiken tot · slaan · slagen · slagen voor · snappen · struikelblok · teisteren · toebrengen · toucheren · treffen · valstrik · vangen · vangst · vastgrijpen · vastpakken · vastraken · vastzitten · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · verstaan · waarnemen · wild
Add example
Add