Translation of "certified" into Dutch

gediplomeerd, geautoriseerd, gecertificeerd are the top translations of "certified" into Dutch.

certified adjective verb

Simple past tense and past participle of certify . [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • gediplomeerd

    adjective

    Sister Malmrose, a certified medical assistant, was assigned to work with the mission doctor and nurse.

    Zuster Malmrose is gediplomeerd medisch assistente en werkt met de arts en verpleegkundige van het zendingsgebied.

  • geautoriseerd

  • gecertificeerd

    adjective

    Sort of, you know, but you got to take the test to get certified.

    Zo ongeveer... maar je moet een toets afnemen om gecertificeerd te zijn.

  • goedgekeurd

    particle

    The granting of payments should be made subject to the use of certified seeds of certain varieties.

    De verlening van toeslagen dient afhankelijk te worden gesteld van het gebruik van goedgekeurd zaad van bepaalde rassen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "certified" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "certified" with translations into Dutch

  • beëdigd vertaler
  • aangetekend stuk · aangetekende brief
  • gewaarmerkt afschrift
  • aantonen · adstrueren · assureren · attesteren · behoeden · beloven · beschermen · betuigen · beveiligen · bevestigen · bevinden · bewijzen · borg staan voor · certificeren · constateren · erkennen · garanderen · getuigen · in veiligheid brengen · nakomen · naleven · sponsoren · staven · toezeggen · uitloven · uitvoeren · uitwijzen · vaststellen · veilig stellen · verklaren · verrichten · vervullen · verzeggen · verzekeren · voltrekken · vrijwaren · waarborgen · waarmaken · waarmerken
  • hulpverlener
  • Boekhouder
  • bevestigen · vaststellen · verklaren
  • Microsoft Certified Professional
Add

Translations of "certified" into Dutch in sentences, translation memory