Translation of "check" into Dutch
controleren, checken, controle are the top translations of "check" into Dutch.
check
verb
noun
grammar
An inspection or examination. [..]
-
controleren
verbto inspect, examine [..]
I checked twice to make certain we hadn't made any mistakes.
Ik controleerde het twee maal om zeker te zijn dat we geen enkele fout maakten.
-
checken
verbto inspect, examine [..]
I just wanted to check my email.
Ik wilde gewoon mijn e-mail checken.
-
controle
nounan inspection or examination [..]
There should be some type of checks and balances.
Er zou een systeem van wederzijdse controle moeten zijn.
-
Less frequent translations
- rekening
- schaak
- verifiëren
- cheque
- nakijken
- inspecteren
- verificatie
- beteugelen
- aanvinken
- bedwingen
- aankruisen
- afvinken
- kruisje
- betomen
- toezicht
- vinkje
- toom
- teugel
- aangeven
- aanduiden
- supervisie
- tekenen
- nagaan
- onderzoeken
- toetsen
- kenmerken
- merken
- opzicht
- check-up
- een teken geven
- toezien
- bon
- intomen
- surveilleren
- aflezen
- breidel
- tegenslag
- in toom houden
- schaak staan
- nazien
- keuren
- remmen
- opletten
- afremmen
- beheersing
- tegenhouden
- belemmeren
- oppassen
- toevoeging
- aanhangsel
- aantekenen
- stuiten
- scoren
- beperking
- onderdrukken
- weerhouden
- calculatie
- additie
- detineren
- opkroppen
- bijtelling
- appendix
- terughouden
- optelling
- verdrukken
- verkroppen
- supplement
- toeslag
- regeren
- verdringen
- reserveren
- belemmering
- nota
- check
- berekening
- ophouden
- besturen
- bijlage
- heersen
- natrekken
- inspectie
- acht slaan op
- de scepter zwaaien
- letten op
- passen op
- test
- toezicht houden
- Schaak
- nazicht
- proef
- beproeven
- bewijs
- keren
- oponthoud
- ruit
- africhten
- dresseren
- examineren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "check" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "check"
Phrases similar to "check" with translations into Dutch
-
spellingcontrole
-
tegoedhoudertje · uitstel maar geen afstel
-
aangekruist · geblokt · geruit · nagekeken
-
Cyclic redundancy check · cyclische redundantiecontrole
-
onderzoek
-
prijscontrole
-
bedwingen
-
lenen · meenemen · uitchecken · vertrekken
Add example
Add