Translation of "cheerful" into Dutch

vrolijk, opgewekt, monter are the top translations of "cheerful" into Dutch.

cheerful adjective grammar

Noticeably happy and optimistic. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • vrolijk

    adjective

    in goede stemming [..]

    Be cheerful! Add an exclamation mark to all of your sentences!

    Wees vrolijk! Plaats een uitroepteken op het einde van al je zinnen!

  • opgewekt

    adjective

    in een actieve en positieve stemming

    They were diligent, cheerful, and filled with love and light.

    Ze waren ijverig, opgewekt en vol naastenliefde en licht.

  • monter

    adjective

    Take up this good old man, and cheer the heart that dies in tempest of thy angry frown.

    Omarm deze goede oude man en monter het hart op dat sterft in de storm van uw boze toorn.

  • Less frequent translations

    • lustig
    • jolig
    • blij
    • luimig
    • welgemutst
    • blijmoedig
    • welgemoed
    • joviaal
    • verheugd
    • tevreden
    • blijgeestig
    • verblijd
    • opgeruimd
    • goedgehumeurd
    • blijgestemd
    • goedgeluimd
    • hilarisch
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "cheerful" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "cheerful"

Phrases similar to "cheerful" with translations into Dutch

  • een helder beeld geven · een helder beeld schetsen · over · van
  • opvrolijken
  • een helder beeld geven · een helder beeld schetsen · over · van
  • bedankt · cheers · ciao · daar ga je · dank · dank je · dank je wel · dank u · dank u wel · dankjewel · dankuwel · doeg · doei · gezondheid · hoi · ik zie je · jo · joe · later · merci · mercikes · op uw gezondheid · proost · prosit · prut · salu · salut · santé · slukes · tot later · tot ziens
  • aanmoedigen · aanmoediging · aanvuren · begroeten · bemoedigen · blijdschap · gejuich · gemoedsgesteldheid · hoera · hoera roepen · jubelen · juichen · onthaal · opkikkeren · opmonteren · opvrolijken · spijs · stemming · toejuichen · toejuiching · troost · troosten · verblijden · verheugen · vrolijkheid
  • blijdschap · jovialiteit · liefheid · opgewektheid · voorkomendheid · vriendelijkheid · vrolijkheid
Add

Translations of "cheerful" into Dutch in sentences, translation memory