Translation of "commencement" into Dutch
aanvang, begin, ontstaan are the top translations of "commencement" into Dutch.
The first existence of anything; act or fact of commencing; rise; origin; beginning; start. [..]
-
aanvang
noun masculinean act of commencing or beginning [..]
A 24 hour period commencing at 00:00 local time.
Een 24-uursperiode die aanvangt te 00.00 uur lokale tijd.
-
begin
noun neuterDe aanvang van een activiteit of gebeurtenis.
Days past due for credit cards commence on the minimum payment due date.
De periode van achterstalligheid voor kredietkaarten begint te lopen op de vervaldag van de minimumbetaling.
-
ontstaan
noun neuter‘Unless otherwise prescribed in this Law, tax liability commences upon:
„Tenzij anders bepaald in deze wet, ontstaat de accijnsverplichting wanneer:
-
Less frequent translations
- afsluitceremonie
- start
- aanhef
- inwerkingtreding
- intrede
- promotie
- inzet
- vertrek
- oorsprong
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "commencement" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "commencement" with translations into Dutch
-
ingangsdatum
-
aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanbreken · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · aanvatten · beginnen · beginnen met · entameren · enteren · inaugureren · ingaan · instellen · inzetten · landen · starten · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · zich stoten aan
-
beginnende
-
gestart · opgestart
-
aanvangen · beginnen · ingaan
-
beginnende