Translation of "compellation" into Dutch
aanspreking, benaming are the top translations of "compellation" into Dutch.
compellation
noun
grammar
The act of directing oneself directly to another [..]
-
aanspreking
the act of directing oneself directly to another
-
benaming
nouna designation, identifying name or title
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "compellation" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "compellation" with translations into Dutch
-
gedwongen
-
aanbrengen · aandoen · aanslaan · aantrekken · afdwingen · bedwingen · belasten · belasting heffen op · bijeendrijven · dwingen · forceren · noodzaken · opbrengen · opdringen · opleggen · samendrijven · veraccijnzen · verplichten · zich opdringen
-
dwingen · noodzaken · verplichten
-
dringend · dwingend · fascinerend · meeslepend
-
dringend · dwingend · fascinerend · meeslepend
-
dringend · dwingend · fascinerend · meeslepend
-
aanbrengen · aandoen · aanslaan · aantrekken · afdwingen · bedwingen · belasten · belasting heffen op · bijeendrijven · dwingen · forceren · noodzaken · opbrengen · opdringen · opleggen · samendrijven · veraccijnzen · verplichten · zich opdringen
-
dringend · dwingend · fascinerend · meeslepend
Add example
Add