Translation of "couch" into Dutch

sofa, bank, divan are the top translations of "couch" into Dutch.

couch verb noun grammar

An item of furniture for the comfortable seating of more than one person. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • sofa

    noun

    furniture for seating of more than one person [..]

    Mary was sitting on the couch alone.

    Maria zat alleen op de sofa.

  • bank

    noun feminine

    een meubelstuk met zitplaats voor meer dan één persoon [..]

    There is a TV remote control under the couch.

    Er ligt een afstandsbediening voor de tv onder de bank.

  • divan

    Een meubelstuk waar meer dan een persoon op kan zitten met een rugsteun en armsteun.

    You're a long way from Freud's couch, doctor.

    Je bent ver weg van Freuds divan, dokter.

  • Less frequent translations

    • canapé
    • zetel
    • rustbank
    • Turkse staatsraad
    • zitbank
    • bed
    • sponde
    • bankstel
    • zetten
    • laag
    • legerstede
    • pak
    • trekken
    • ligplaats
    • strijken
    • ruïneren
    • couchette
    • verootmoedigen
    • neerlaten
    • verderven
    • afkammen
    • bedding
    • kleinmaken
    • afdraaien
    • kleineren
    • kooi
    • neerhalen
    • aflaten
    • vernederen
    • inkrimpen
    • inkorten
    • afbreken
    • reduceren
    • herleiden
    • leger
    • vereenvoudigen
    • vellen
    • verlagen
    • verminderen
    • afgeven op
    • een streep trekken
    • in discrediet brengen
    • laten zakken
    • te gronde richten
    • ten val brengen
    • chaise longue
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "couch" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "couch"

Phrases similar to "couch" with translations into Dutch

Add

Translations of "couch" into Dutch in sentences, translation memory