Translation of "cover" into Dutch

dekken, bedekken, coveren are the top translations of "cover" into Dutch.

cover adjective verb noun grammar

A lid. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • dekken

    verb

    copulate [..]

    At first, we could make ends meet, but as it continued we became unable to cover our expenses.

    In het begin konden we de eindjes aan elkaar knopen maar na verloop van tijd konden we onze kosten niet meer dekken.

  • bedekken

    verb

    to conceal or protect [..]

    When Tom woke up, everything was covered with snow.

    Toen Tom wakker werd was alles bedekt met sneeuw.

  • coveren

    verb

    (music) make a cover version

    The elements ‘master’, ‘flexi’, ‘fix’ and ‘cover’ alluded to the characteristics or uses of mineral wool.

    De elementen „master”, „flexi”, „fix” en „cover” zinspelen volgens haar op de kenmerken of de gebruiken van steenwol.

  • Less frequent translations

    • deksel
    • dekking
    • cover
    • omslag
    • kaft
    • behandelen
    • toedekken
    • sprei
    • bekleden
    • entree
    • inkom
    • beleggen
    • bestrijken
    • bedekking
    • bekleding
    • overtrekken
    • kap
    • baret
    • pet
    • muts
    • bespringen
    • bestijgen
    • beslaan
    • dek
    • verbergen
    • beschermen
    • omhulsel
    • paren
    • kapje
    • beveiligen
    • buitenband
    • boekband
    • hoes
    • omvatten
    • beschutting
    • overtrek
    • schuilplaats
    • couvert
    • beschutten
    • vullen
    • band
    • afleggen
    • dekplaat
    • uitvoeren
    • behoeden
    • bewaren
    • bekleedsel
    • hulsel
    • kiemvlies
    • afdekken
    • dekmantel
    • vrijwaren
    • afdekking
    • overdekken
    • verhullen
    • bewaken
    • verslaan
    • bescherming
    • aflopen
    • bedelven
    • staan
    • kappen
    • verzekeren
    • doorgaan
    • gaan door
    • in veiligheid brengen
    • kleden
    • veilig stellen
    • foedraal
    • front
    • verrichten
    • behangen
    • stolp
    • waarborgen
    • ontvangen
    • aannemen
    • bevatten
    • dop
    • garanderen
    • ronde
    • opbrengen
    • herhaling
    • herroeping
    • accepteren
    • façade
    • rooien
    • aantrekken
    • doorlezen
    • repetitie
    • vervullen
    • aanbrengen
    • enveloppe
    • doorkruisen
    • aankleden
    • toezeggen
    • kalmeren
    • omhakken
    • slopen
    • stukadoren
    • afhouwen
    • assureren
    • bepleisteren
    • fusilleren
    • neervellen
    • omkappen
    • pleisteren
    • terneerdrukken
    • verootmoedigen
    • verzeggen
    • doodmaken
    • uitloven
    • afhakken
    • deprimeren
    • opduikelen
    • herneming
    • neerdrukken
    • uitgraven
    • afslachten
    • kleinmaken
    • sponsoren
    • afkappen
    • doodschieten
    • vellen
    • opgraven
    • bevangen
    • ombrengen
    • wippen
    • geruststellen
    • neerhalen
    • aandoen
    • uitputten
    • verzwakken
    • vernederen
    • bedaren
    • slachten
    • zegevieren
    • fnuiken
    • afbreken
    • hervatting
    • delven
    • hoeden
    • omkleden
    • ontmoedigen
    • betuigen
    • overwinnen
    • voltrekken
    • neerkomen
    • opleggen
    • nakomen
    • doden
    • naleven
    • boekomslag
    • beloven
    • winnen
    • borg staan voor
    • de moed ontnemen
    • de wacht hebben
    • gastvrijheid verlenen aan
    • neerslachtig maken
    • onder dak brengen
    • onderdak bieden
    • putten uit
    • rijden door
    • waken over
    • insluiten
    • richten
    • omgeven
    • overschrijden
    • verdekken
    • overdekking
    • bewimpelen
    • mikken
    • geheim houden
    • gestikte deken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "cover" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "cover"

Phrases similar to "cover" with translations into Dutch

Add

Translations of "cover" into Dutch in sentences, translation memory