Translation of "credit" into Dutch
krediet, crediteren, creditzijde are the top translations of "credit" into Dutch.
(transitive) To believe. [..]
-
krediet
noun neuterprivilege of delayed payment [..]
The bank refused to give them more credit.
De bank weigerde hen meer krediet te geven.
-
crediteren
verbto add to an account [..]
The crediting of frozen accounts shall be allowed on the condition that any additions shall be frozen.
Het crediteren van bevroren rekeningen is toegestaan, op voorwaarde dat de gecrediteerde bedragen eveneens worden bevroren.
-
creditzijde
The value of any quantities exceeding the tolerance shall be entered on the credit side of the accounts.
De waarde van de hoeveelheden boven de tolerantiegrens wordt op de creditzijde van de rekeningen geboekt.
-
Less frequent translations
- credit
- kredietwaardigheid
- tegoed
- lof
- saldo
- geloven
- toeschrijven
- toedenken
- betalingsuitstel
- lofbetuiging
- geloof hechten aan
- eer
- vertrouwen
- batig
- voordelig
- lening
- verdienste
- aanzien
- geloofwaardigheid
- geloof
- invloed
- gezag
- Credit
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "credit" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Translations with alternative spelling
Credit (finance)
-
Krediet
Credit (finance)
The bank refused to give them more credit.
De bank weigerde hen meer krediet te geven.
Phrases similar to "credit" with translations into Dutch
-
crediteren · toeschrijven
-
creditsaldotransactie
-
Kredietunie · coöperatieve kredietinstelling
-
consumptief krediet
-
kredietlimiet
-
bankkrediet
-
renteloze lening
-
Creditmanagement